Specialist voor het buitengebied Persoonlijk advies van specialisten Zakelijk bestellen? Vraag een account aan

Pompen

Dompelpomp kiezen: schoon water, vuilwater of put?

Welke dompelpomp past bij jouw situatie? Over korrelmaat, opvoerhoogte, automatisch schakelen en droogloopbeveiliging.

30-07-2026 5 min leestijd Advies van Rabe

Een dompelpomp hangt in het water in plaats van ernaast. Dat klinkt als een detail, maar het bepaalt bijna alles: de pomp hoeft niet aan te zuigen, hij wordt gekoeld door het water om hem heen, en hij haalt water uit een diepte waar een pomp op de kant niet bij komt. De keuze zit daarna in twee vragen. Wat moet er door de pomp heen, en hoe hoog moet het water omhoog?

Wat een dompelpomp anders maakt dan een pomp op de kant

Een pomp die naast de put staat moet het water naar zich toe trekken. Daar zit een natuurkundige grens aan. In de praktijk is ongeveer 8 meter aanzuighoogte het maximum, en dat wordt minder zodra de zuigleiding lang is of veel bochten heeft. Een dompelpomp kent dat probleem niet, want hij zuigt niet, hij duwt. Hij staat al onder water en hoeft alleen nog omhoog te persen.

Daar hoort wel een harde regel bij: een dompelpomp moet nat blijven. Het water dat hij verplaatst koelt tegelijk de motor. Zakt het waterpeil onder de pomp, dan loopt hij droog, en dat overleeft geen enkele motor lang. Een vlotterschakelaar of een ingebouwde droogloopbeveiliging is daarom geen extraatje maar onderdeel van de installatie.

Schoon water, vuilwater of een geboorde put

De eerste vraag is niet welk merk, maar wat er door de pomp heen gaat. Elke dompelpomp heeft een maximale korrelmaat: de grootste deeltjes die hij zonder schade kan doorlaten.

  • Schoon water: regenwater, leidingwater of helder bronwater dat al gefilterd is. Deze pompen laten meestal deeltjes tot ongeveer 5 mm door.
  • Vuilwater: water met zand, blad of slib, bijvoorbeeld uit een kelder, bouwput of sloot. Een vuilwaterpomp laat grovere delen door, vaak tot 25 of 35 mm.
  • Een geboorde put: hier is niet de korrelmaat bepalend maar de diameter van de put. Een bronpomp is slank gebouwd zodat hij in een put van 4 of 5 inch past.

Een schoonwaterpomp in vuil water zetten is de snelste manier om hem te slopen. Andersom kan wel, maar dan betaal je voor doorlaat die je niet gebruikt.

Opvoerhoogte en capaciteit horen bij elkaar

Op de verpakking staan twee getallen die nooit samen voorkomen: de maximale opvoerhoogte en de maximale capaciteit. Die maximale hoogte haalt de pomp als er geen water doorstroomt, en die maximale capaciteit als er geen tegendruk is. In het echt zit je ergens tussenin, en dat punt lees je af in de pompcurve.

Reken de hoogte op tot waar het water heen moet, tel de weerstand van leiding en bochten erbij op, en vergeet niet de werkdruk die je aan het eind nodig hebt. Eén bar aan het tappunt komt neer op ongeveer 10 meter opvoerhoogte. Een sproeier die op 3 bar hoort te draaien vraagt dus alleen daarvoor al zo'n 30 meter uit de pomp, boven op de hoogte die je moest overbruggen.

Automatisch laten schakelen: drie manieren

  • Vlotterschakelaar: schakelt op waterpeil. Dat is wat je wilt bij leegpompen, bijvoorbeeld een kelder of een bouwput.
  • Drukschakelaar met membraanvat: schakelt op waterdruk. Geschikt als de pomp een tappunt of beregening moet voeden. Lees hier hoe je de drukschakelaar instelt en waarvoor het membraanvat dient.
  • Ingebouwde druk- en flowsensor: de pomp regelt zichzelf en start zodra je een kraan opendraait. Daarmee vervangt hij in veel gevallen een complete hydrofoorset, zonder los vat.

Zo bepaal je de capaciteit die je nodig hebt

Ga uit van wat er tegelijk open staat, niet van de grootste post. Voor beregening tel je de debieten van de sproeiers op die samen draaien. In het artikel hoeveel sproeiers kan ik op mijn beregeningspomp aansluiten staat een rekenhulp waarin je je eigen sproeier kiest en meteen ziet hoeveel er samen kunnen draaien, of hoeveel capaciteit je nodig hebt voor het aantal dat je wilt.

Voor huishoudelijk gebruik reken je met tappunten. Eén kraan vraagt grofweg 0,6 tot 0,8 m³ per uur, een regendouche meer. Twee tappunten tegelijk is voor een gezinswoning een realistisch uitgangspunt.

Wat je erbij nodig hebt

  • Persleiding in een maat die niet knijpt. Te dun kost druk, en die druk krijg je niet terug.
  • Terugslagklep zodat de leiding niet terugloopt als de pomp stopt. Kijk bij de terugslagkleppen.
  • Veiligheidslijn die het gewicht draagt. Hang een pomp nooit aan zijn stroomkabel of aan de persleiding alleen.
  • Voldoende kabellengte. Een verlengsnoer in een put of kelder is vragen om problemen.

Vier fouten die we vaak terugzien

  • De pomp op de bodem laten staan. Dan zuigt hij zand en slib aan. Hang hem vrij, meestal minstens een halve meter boven de bodem.
  • Rekenen met het maximum van de doos. Dat getal geldt bij nul tegendruk en haal je nooit in een echte installatie.
  • Geen droogloopbeveiliging. Eén droge zomer met een zakkend peil is genoeg.
  • Een te dunne slang op een sterke pomp. De pomp kan het wel, de leiding niet, en dan houd je alsnog te weinig druk over.

Twijfel je tussen een dompelpomp en een opstelling op de kant? Bekijk dan ook de dompelpompen naast de beregeningspompen, of lees waarom een pomp niet aanzuigt voordat je een pomp op de kant kiest.