Specialist voor het buitengebied Halloween-deals: tot €350 korting op machines Zakelijk bestellen? Vraag een account aan

Weidebloter

Weidebloter afstellen: maaihoogte en aankoppelen

Weidebloter afstellen doe je zo: aankoppelen aan de driepunt, cardanas controleren en de maaihoogte van 3 tot 10 cm instellen met de zijsleden. Stap voor stap.

14-10-2026 6 min leestijd Advies van Rabe

Je weidebloter laat strepen achter, slaat in de grond of laat juist bossen gras staan? Meestal ligt dat niet aan de machine, maar aan de afstelling. Een weidebloter heeft maar een paar instelpunten: de driepuntsophanging, de aftakas en de zijsleden die de maaihoogte bepalen. Staan die goed, dan maait hij egaal en gaat hij lang mee. Hieronder lees je stap voor stap hoe je de machine aankoppelt, de maaihoogte instelt en controleert of alles klopt.

Wat je nodig hebt

  • Een trekker met driepuntsophanging en een rechtsdraaiende aftakas op 540 toeren
  • Een passende cardanas met beschermkap
  • Steeksleutels of een ratel voor de bouten van de zijsleden
  • Olie voor de tandwielkast, volgens de handleiding van je machine
  • Een rolmaat en een vlakke ondergrond, zoals een betonvloer of verharde erfplaats

Eerst checken: past de weidebloter bij je trekker?

Voordat je gaat afstellen, kijk je of de combinatie klopt. De weidebloters in ons assortiment hebben allemaal een vaste driepuntsophanging, een directe aandrijving met gietijzeren tandwielkast op 540 toeren en twee pendelende messen. Ze werken uitsluitend met een rechtsdraaiende aftakas. Heeft je trekker een linksdraaiende aftakas, dan is geen enkele afstelling de oplossing.

Let ook op het vermogen. De GeoTech Pro SLP 140 met 140 cm werkbreedte is bedoeld voor trekkers van 20 tot 35 pk, de SLP 160 voor 25 tot 45 pk. De AgriEuro Premium flat-modellen van 90 tot 120 cm werkbreedte worden opgegeven voor trekkers van 12 tot 70 pk. Het hele overzicht vind je bij de weidebloters en cirkelmaaiers.

Weidebloter aankoppelen in vijf stappen

  1. Stap 1: trekker recht achter de machine. Zet de weidebloter op een vlakke ondergrond en rij de trekker er recht achter. Zet de aftakas uit, de motor af en trek de handrem aan voordat je afstapt.
  2. Stap 2: hefarmen en topstang. Koppel eerst de twee onderste hefarmen aan en daarna de topstang. De weidebloters hebben een driepuntsophanging in categorie 1. Zet de stabilisatiekettingen of -stangen van de hefarmen zo vast dat de machine niet zijwaarts kan zwaaien.
  3. Stap 3: cardanas controleren. Schuif de cardanas op de aftakas van de trekker en op de ingaande as van de tandwielkast. Til de machine daarna langzaam op en laat hem zakken, en kijk of de buizen van de as in de hoogste en laagste stand voldoende overlappen en nergens tegen elkaar aan drukken. Een te lange as kan de tandwielkast beschadigen, een te korte as kan losschieten. Moet de as worden ingekort, volg dan de handleiding van de cardanas. Een passende as vind je eventueel bij de cardanassen.
  4. Stap 4: beschermkap vastzetten. Haak de kettinkjes van de beschermkap van de cardanas vast, zodat de kap niet meedraait.
  5. Stap 5: olie in de tandwielkast. De AgriEuro-weidebloters worden zonder olie geleverd. Vul de tandwielkast tot het juiste peil voordat je de aftakas voor het eerst inschakelt, en controleer bij een nieuwe GeoTech ook even het oliepeil.

De maaihoogte van je weidebloter instellen

De maaihoogte stel je in met de zijsleden aan weerskanten van de kap. Bij alle weidebloters in ons assortiment is die verstelbaar van 3 tot 10 cm. Het verstellen kost een paar minuten:

  1. Stap 1: laat de machine op de grond zakken, zet de aftakas uit en de motor af.
  2. Stap 2: draai de bouten van de linker zijslede los en zet de slede op de gewenste hoogte.
  3. Stap 3: draai de bouten weer stevig vast.
  4. Stap 4: doe precies hetzelfde aan de rechterkant. Gebruik daarvoor hetzelfde gat of dezelfde markering, anders maait de bloter scheef.
  5. Stap 5: meet met een rolmaat de afstand van de onderkant van de kap tot de vloer, links en rechts. Die moet gelijk zijn.

Bij de AgriEuro-modellen zijn de zijsleden omkeerbaar. Is de onderkant afgesleten, dan draai je ze om en heb je weer een nieuw loopvlak.

Welke maaihoogte kies je?

Er is geen vaste stand die altijd goed is, maar een paar vuistregels helpen:

  • Bloten na het beweiden: kies een middenstand. Je wilt de bossen rond de mestflatten afmaaien, niet de zode kaal scheren. Te kort maaien remt de hergroei van het gras.
  • Oneffen of hobbelig perceel: zet de sleden hoger. Zo raken de messen geen molshopen en graszoden, en blijft er minder grond in het maaisel.
  • Vlak, onderhouden grasveld: hier kun je lager gaan, omdat de messen niet in de grond slaan.
  • Twijfel je: begin hoog en zet de sleden pas lager als het resultaat te ruw is.

De machine waterpas zetten met de topstang

Een weidebloter maait het mooist als de kap in de rijrichting vlak staat. Laat de machine op de vlakke ondergrond zakken tot de zijsleden de grond net raken. Kijk dan van opzij: staat de kap voorover, draai de topstang dan langer. Hangt hij achterover, draai hem dan korter. Zet daarna ook de hefarmen links en rechts op dezelfde hoogte. Zo dragen beide sleden evenveel gewicht en volgt de bloter het terrein.

Proefstrook maaien en bijstellen

Maai eerst één baan en stap dan af om te kijken. Zo lees je het resultaat:

  • Een strook langer gras aan één kant: de zijsleden staan niet gelijk, of de hefarmen staan scheef.
  • Bruine kale plekken of grond in het maaisel: de maaihoogte is te laag of de kap staat voorover.
  • Gras dat platgedrukt blijft staan: rij iets langzamer of maai vaker, zodat het gras niet te lang is.
  • Trillingen of een onrustig geluid: stop direct en controleer de messen en de cardanas.

De messen van de weidebloters maaien gelijkmatig en schoon op vlak terrein, en de achteruitworp verdeelt het maaisel over het perceel. Werk met een constante rijsnelheid, dan blijft dat maaibeeld egaal.

Na het maaien en bij het opslaan

Haal na het werk het gras onder de kap weg, kijk de messen en zijsleden na en controleer of alle bouten nog vast zitten. Staat de machine de winter buiten, dan beschermt een beschermhoes hem tegen regen en vuil. Voor het winterklaar maken van een klepelmaaier staat het stappenplan in klepelmaaier winterklaar maken; veel van die controles gelden ook voor je weidebloter.

Weidebloter of toch een klepelmaaier?

Een weidebloter is gemaakt voor de vaste ronde over de weide en voor onderhouden grasvelden. Staat een perceel er al een jaar ruig bij, met braam en opschot, dan is een klepelmaaier de betere machine. Het verschil tussen de maaiers lees je in wat is het alternatief voor een klepelmaaier.

Onze aanbeveling

Heb je een compacte trekker en vooral weides en grasvelden om bij te houden, kies dan een weidebloter met een werkbreedte die bij je trekker past, zoals de AgriEuro Premium SL 120. Moet je ook ruigte en snoeihout aankunnen, kijk dan bij de klepelmaaiers en maaiers. Twijfel je over de juiste maat of de aansluiting op je trekker, neem dan gerust contact op met Rabe Trading.