Machines
Wat is het alternatief voor een klepelmaaier?
Cirkelmaaier, weidebloter, gazonmaaier of maaiarm: welk alternatief voor de klepelmaaier past bij jouw perceel, en wanneer klepelen de beste keuze blijft.
De klepelmaaier is voor veel percelen het werkpaard, maar hij is niet altijd het juiste gereedschap. Wie een strak gazon wil, wie gras wil winnen of wie alleen na het beweiden de bossen wegwerkt, is met een andere machine sneller klaar. Hieronder staan de alternatieven op een rij, met erbij waar de klepelmaaier wel de logische keuze blijft.
Begin bij de vraag wat er met het maaisel moet gebeuren
Die ene vraag bepaalt bijna de hele keuze. Moet het maaisel blijven liggen, dan wil je het versnipperd hebben, want grof materiaal blijft anders als een deken op de zode liggen en verstikt het gras. Moet het eraf, dan wil je het juist in zijn geheel houden, zodat je het kunt drogen, harken en laden. Daarnaast tellen twee dingen mee: hoe ruig het perceel is en hoe strak het maaibeeld moet worden.
| Wat je wilt | Machine | Maaisel |
|---|---|---|
| Ruigte, opschot en snoeihout wegwerken | Klepelmaaier | Versnipperd, blijft liggen |
| Gras winnen of verschralen | Cirkelmaaier | In een zwad, gaat eraf |
| Weiland bloten na het beweiden | Weidebloter | Verdeeld over het perceel |
| Strak gazon of sportveld | Gazonmaaier voor de trekker | Kort en fijn, blijft liggen |
| Talud, slootkant of heg | Zijklepelmaaier of maaiarm | Versnipperd, blijft liggen |
De cirkelmaaier: snijden in plaats van slaan
Een cirkelmaaier snijdt het gewas af met roterende messen en legt het in zijn geheel neer. Dat is wat je nodig hebt als het gras eraf moet, voor hooi of voor het verschralen van een bloemrijk perceel. Het kost minder vermogen per meter werkbreedte dan klepelen, dus je maait er met dezelfde trekker een breder pad mee. Het nadeel zit in de grens van wat hij aankan: stenen, dikke stengels en houtig opschot horen er niet onder. De weidebloters en cirkelmaaiers in het assortiment lopen van 120 tot 180 cm en draaien op trekkers vanaf 20 pk.
Wil je gras echt winnen op grotere schaal, dan kom je uit bij een schijvenmaaier of maaibalk met een schudder en een hark erachter. Dat is loonwerkmateriaal en dat vind je hier niet; voor het bijhouden van een perceel van een paar hectare is het ook zwaarder dan nodig. Op kleinere schaal kan het wel: de zelfrijdende balkmaaiers en wielmaaiers van 57 tot 120 cm snijden met een messenbalk en leggen het gras in een zwad, zodat je het kunt laten drogen en hooien.
De weidebloter: bloten na het beweiden
Na een periode beweiden blijft er altijd gras staan dat de dieren hebben laten staan, meestal rond de mestflatten. Een weidebloter maait die bossen af onder een gesloten kap en verdeelt het gras over het perceel, zodat de weide er egaal bij ligt en het volgende blok gelijkmatig opkomt. Het is de machine voor de vaste ronde over de weide, niet voor een perceel dat een jaar heeft stilgelegen. Daarvoor pak je alsnog de klepelmaaier.
De gazonmaaier voor de trekker: als het strak moet
Voor een groot gazon, een campingveld of een sportveld is een klepelmaaier zwaarder gereedschap dan nodig. Met drie roterende messen onder een vlakke kap krijg je een egaler maaibeeld, en de maaihoogte stel je in via de wielen. De gazonmaaiers voor de trekker hebben 120 tot 180 cm werkbreedte en passen achter compacttrekkers van 15 tot 40 pk. De voorwaarde is wel dat je regelmatig maait: op gras dat een halve meter hoog staat loopt zo'n maaier vast.
De zijklepelmaaier en de maaiarm: bij wat je niet kunt bereiken
Soms is het alternatief geen ander maaiprincipe, maar een andere ophanging. Een zijklepelmaaier met arm schuift de maaikop naast de trekker en kantelt hem tot 90 graden omhoog en 40 tot 60 graden omlaag, zodat je vanaf het pad een talud of een slootkant maait. Voor heggen en hoge kanten gaat een maaiarm nog verder: die reikt 3 tot 5 meter opzij en omhoog, met een heggenschaarbalk of een klepelkop. Werk je in een boomgaard of wijngaard, dan maait een klepelmaaier met tussenrijschijf om de stammen heen, en wie voor en achter de trekker wil kunnen werken kijkt bij de omkeerbare klepelmaaiers.
Handwerk en kleine machines
Voor kleine oppervlakten, steile hoekjes en plekken waar geen trekker bij kan blijft een bosmaaier het snelst. Ook voor het aflopen van een perceel voordat je gaat maaien is het handig gereedschap: obstakels weghalen, een enkel plekje vast doen, en dan pas de trekker erop. Voor alles wat groter is dan ongeveer een halve hectare loopt de tijdwinst van een machine achter de trekker snel op.
Waar de klepelmaaier onverslaanbaar blijft
Zodra er hout in het spel komt is de keuze snel gemaakt. Een klepelmaaier verwerkt stengels, braam, brandnetel en snoeihout tot de maximale houtdikte die bij het model staat, meestal tussen 20 en 60 mm. Hij laat het materiaal versnipperd achter, dus je hoeft niets af te voeren, en hij kan een perceel dat een jaar of langer heeft stilgelegen in één werkgang weer bruikbaar maken. Welk gereedschap er daarbij onder de rotor hoort staat in hamerklepels of Y-messen, en de maatvoering per trekker in welke klepelmaaier past bij je trekker. Vraag je je af of je op je eigen perceel nog mag klepelen, dan staat dat uitgelegd in mag je nog klepelen.
Kort samengevat
Moet het maaisel eraf, dan snijd je met een cirkelmaaier. Houd je een weide bij, dan is een weidebloter de vaste ronde. Wil je een strak veld, dan is de gazonmaaier voor de trekker de juiste keuze. Kom je er met de trekker niet bij, dan lost een arm dat op. En voor alles wat ruig, houtig of te lang blijven staan is, hang je alsnog een klepelmaaier achter de trekker. Het hele overzicht staat bij de klepelmaaiers en maaiers.