Specialist voor het buitengebied Persoonlijk advies van specialisten Zakelijk bestellen? Vraag een account aan

Onderhoud

Mag je nog klepelen? Zo zitten de regels echt in elkaar

Klepelen verboden? Niet op je eigen land. Wat Kleurkeur wel voorschrijft, wat de zorgplicht van je vraagt rond het broedseizoen en hoe je netjes klepelt.

26-08-2026 6 min leestijd Advies van Rabe

Wie een klepelmaaier zoekt komt vroeg of laat de vraag tegen of je er nog wel mee mag werken. Op fora, in de krant en in gesprekken bij de dealer duikt hij op: klepelen zou niet meer mogen. Dat klopt niet, en tegelijk zit er wel iets achter. Hieronder staat waar het verhaal vandaan komt, wat er echt in de regels staat en hoe je met een gerust hart de wei of de berm bijhoudt.

Waarom hoor je dat een klepelmaaier niet meer mag?

De bron van dat verhaal is Kleurkeur, een keurmerk voor het maaien van bermen en watergangen dat De Vlinderstichting samen met Stichting Groenkeur heeft ontwikkeld. Binnen dat keurmerk is klepelen, dus het verhakselen van de vegetatie en het maaisel laten liggen, niet toegestaan. Ook geldt de regel dat er bij elke maaibeurt 15 tot 30 procent van de vegetatie blijft staan, zodat insecten ergens kunnen schuilen en de zaadzetting doorgaat.

Kleurkeur is geen wet, maar een certificaat. Provincies, gemeenten en waterschappen kunnen het in hun aanbestedingen opnemen, en dan mag een aannemer op dat traject inderdaad niet klepelen. Zo ontstaat het beeld dat de machine verboden is, terwijl er in werkelijkheid iets anders aan de hand is: een deel van de opdrachtgevers van openbaar groen kiest bewust voor een andere maaimethode. Op je eigen weiland, paddock, boomgaard of erf staat daar niets over in de wet.

Klepelen of maaien en afvoeren: wat is het verschil?

Een klepelmaaier slaat het gewas kapot en versnippert het meteen. Het maaisel blijft in fijne stukjes achter en verteert op de plek waar het is gegroeid. Dat is precies wat je wilt op een verruigd perceel of langs een akkerrand, want je hoeft niets af te voeren en het land ligt in één werkgang weer schoon.

Bij maaien en afvoeren gebeurt het omgekeerde: het gewas wordt afgesneden, blijft liggen om te drogen en gaat er daarna af. Daarmee haal je voedingsstoffen van het perceel. Dat heet verschralen, en het is de reden dat bloemrijke bermen op die manier worden beheerd. Blijft het maaisel liggen, dan komen de voedingsstoffen terug in de bodem en krijgen forse grassen, brandnetel en distel het voordeel boven de kruiden die het van schrale grond moeten hebben.

Voor een weiland dat je in productie houdt is dat verschil veel minder relevant. Daar gaat het om een egaal perceel zonder bossen, zonder opschot en zonder onkruid dat zaad zet. Dat is klassiek klepelwerk.

Wat de wet wel van je vraagt

Er is geen verbod op klepelen, maar er is wel een zorgplicht. Die staat sinds 1 januari 2024 in de Omgevingswet en stond daarvoor in de Wet natuurbescherming. De kern is dat je voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en hun directe leefomgeving. Vertaald naar de maaier betekent dat het volgende.

  • Kijk voordat je gaat maaien. Een broedende vogel, een nest met eieren of jonge dieren in het gras zijn beschermd, ook als het perceel van jou is. Loop het perceel af, zeker de randen en de ruige plekken.
  • Er staat geen vaste periode in de wet. Het broedseizoen verschilt per soort en per jaar. In de praktijk wordt vaak 15 maart tot 15 juli aangehouden als periode waarin je met werkzaamheden voorzichtig bent, maar bepalend is of er daadwerkelijk gebroed wordt.
  • Sommige nesten zijn het hele jaar beschermd. Nesten die jaarrond in gebruik zijn of waar de soort elk jaar naar terugkeert vallen daaronder, ook buiten het broedseizoen.
  • Weidevogels vragen extra aandacht. Wie land beheert waar kievit, grutto of tureluur broedt houdt daar rekening mee bij maaien, bemesten en scheuren.

Twijfel je over een perceel met een bijzondere status, bijvoorbeeld een strook langs een watergang of grond met een beheerpakket, vraag het dan na bij je waterschap of de provincie. Aan het beheerpakket kunnen wel afspraken hangen die klepelen uitsluiten.

Zo klepel je zonder onnodige schade

Los van de regels valt er met een paar gewoontes veel te winnen, en ze kosten je geen extra tijd.

  • Maai niet te kort. Zet de steunrol zo dat je op ongeveer 8 tot 10 cm blijft. Er blijft dekking staan, de zode herstelt sneller en je schept geen grond mee, wat de klepels aanzienlijk spaart.
  • Rijd van binnen naar buiten. Of begin aan één kant en werk naar de andere kant toe, zodat dieren voor de machine uit het perceel af kunnen vluchten in plaats van in een steeds kleiner wordend eiland te belanden.
  • Maai gefaseerd. Laat op ruigere randen een strook staan tot de volgende beurt. Dat is precies wat Kleurkeur voorschrijft, en op je eigen erf werkt het net zo goed.
  • Maai overdag. In de schemering zijn reeën, hazen en egels actief en zie je ze niet aankomen.
  • Kies je moment. Wacht met verruigde stukken tot na de bloei, dan heeft de vegetatie zaad kunnen zetten en klepel je alsnog alles in één keer weg.

Wanneer een klepelmaaier gewoon het juiste gereedschap is

Voor een perceel dat is verruigd, voor opschot dat je niet met een cirkelmaaier aan kunt en voor snoeihout dat op het land ligt, is er weinig dat het werk van een klepelmaaier overneemt. Ook op paddocks, langs hekwerk, op erfranden en in de boomgaard is versnipperen en laten liggen de snelste route naar een net perceel. De klepelmaaiers achter de trekker lopen van 95 tot 250 cm werkbreedte, en welke maat bij je trekker hoort staat in welke klepelmaaier past bij je trekker.

Werk je langs slootkanten, taluds of onder afrastering door, dan bereik je met een zijklepelmaaier met arm plekken waar je met de trekker niet komt, en voor heggen en hoge bermkanten is er de maaiarm voor heg en berm.

En als je juist wil maaien en afvoeren?

Wil je verschralen, of wil je het gras als voer gebruiken, dan snijd je het af in plaats van het stuk te slaan. Dat doe je met een cirkelmaaier, en het gewas blijft dan in een zwad liggen om te drogen. In het assortiment staan daarvoor de weidebloters en cirkelmaaiers, voor trekkers vanaf 20 pk. Voor het afvoeren zelf heb je daarnaast een hark en een wagen nodig, en dat is meteen de reden dat deze methode meer werk kost dan klepelen. Een overzicht van wat er nog meer naast de klepelmaaier bestaat staat in wat is het alternatief voor een klepelmaaier.

Kort samengevat

Klepelen is niet verboden. Het is binnen Kleurkeur niet toegestaan, en dat keurmerk geldt voor bermen en watergangen die in opdracht worden beheerd. Voor je eigen grond geldt de zorgplicht: kijk voor je gaat maaien, houd rekening met broedende vogels en jonge dieren, en maai niet korter dan nodig. Wie zich daaraan houdt kan met een gerust hart de klepelmaaier of een andere maaier achter de trekker hangen.